15-08-2019
Niet controleren aangifte partner verhindert navordering

Navordering van belasting is mogelijk als de inspecteur beschikt over een nieuw feit, dat het vermoeden rechtvaardigt dat een aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld. Een feit, dat de inspecteur bekend was of had kunnen zijn, levert geen grond voor navordering op, tenzij de belastingplichtige te kwader trouw is. Navordering is niet mogelijk als de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan. Daarvan is sprake als de inspecteur, na kennis te hebben genomen van de aangifte, aan de juistheid daarvan had moeten twijfelen. Voor twijfel is geen aanleiding als de mogelijkheid bestaat dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist zijn.

Hof Den Haag heeft onlangs geoordeeld dat de inspecteur zijn onderzoeksplicht verzaakt had en daardoor geen nieuw feit had, dat navordering rechtvaardigde. De procedure had betrekking op de heffing van inkomstenbelasting over een aanmerkelijk belang in het jaar van overlijden. In de overlijdensaangifte IB van een erflater was geen fictief vervreemdingsvoordeel opgenomen voor het aan hem toekomende aandeel in de bv waarin zijn echtgenote een aanmerkelijk belang had. De inspecteur heeft de aanslag opgelegd conform de ingediende aangifte, zonder daarbij aandacht te besteden aan de aangifte van de echtgenote van de erflater. Volgens Hof Den Haag had de inspecteur dat wel moeten doen. Voor de aangifte IB over het jaar van overlijden wordt een speciaal aangiftebiljet gebruikt. Op grond daarvan was het de inspecteur bekend dat de erflater was overleden. In de aangifte was melding gemaakt van een aanmerkelijk belang in de vennootschap van de echtgenote. Er is geen beroep gedaan op de doorschuiffaciliteit voor de belastingclaim over het aanmerkelijke belang. Volgens het hof was de kans groot dat als gevolg van het overlijden van de erflater in 2010 een voordeel uit de fictieve vervreemding van het aanmerkelijk belang in aanmerking zou moeten worden genomen. Daar kwam bij dat de aangiften van de erflater en zijn echtgenote op hetzelfde moment zijn ontvangen en behandeld. Beide aangiften zijn geautomatiseerd afgedaan zonder nader onderzoek door de inspecteur. De inspecteur heeft een ambtelijk verzuim begaan, waardoor het hem niet is toegestaan om een navorderingsaanslag op te leggen aan de erfgenamen. Het hof heeft de navorderingsaanslag vernietigd.

De staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het hof beroep in cassatie ingesteld. De AG bij de Hoge Raad meent dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.

Bron: Hoge Raad | Conclusie AG | ECLINLPHR2019707, 18/03850 | 15-08-2019

Terug